Knotwilg
Ik ben een knotwilg aan de waterkant,
de bron van mijn bestaan is niet het zand,
de wortels reiken verder dan de grond;
voor ik verscheurd wordt tussen lucht en land
hakt vlijmend scherp het snoeimes wond naast wond.
Verbreek toch niet dit ritueel verbond,
wie kapt met tucht versterkt de hechte band,
ik ben een knotwilg aan de waterkant.
De kievit trekt weer weg de aarde rond,
mijn standplaats is bij sneeuw en zonnebrand;
heb dank, vorst winter, voor uw strenge hand,
de takken zijn de woorden van mijn mond:
ik ben een knotwilg aan de waterkant.
Lenze L.Bouwers