Populier, boom van leven en dood.
Populieren komen we in Nederland
overal tegen: in parken, bossen, langs snelwegen, op weilanden, rond boerderijen
enz. Zij groeien bij ons goed en werden en worden aangeplant omdat zij snel
groeien en bruikbaar hout leveren. Het gebeurt zelden dat populieren oud mogen
worden. Al gauw worden zij als gevaarlijk voor mensen gezien omdat sommige
soorten ( b.v. de Canadese populier) takbreukgevoelig zijn. Maar sommige soorten
zijn dat helemaal niet, b.v. de grijze en witte abeel en de ratelpopulier (esp).
Zij bereiken nauwelijks de leeftijd van 30 jaar, terwijl zij honderd zouden
kunnen worden.

Volgens de Griekse mythologie ontstonden populieren uit de
Heliaden (kinderen van de zon), zusters van Phaethon, zoon van de zonnegod Helios. Op een dag reed Phaethon met zijn zonnewagen over de hemel. Hij reed veel te vlug zodat de paarden op hol sloegen en de wagen zo dicht bij de aarde kwam dat de rivieren uitdroogden. Het land verdorde en de steden verbranden. Om deze catastrofe te stoppen, strafte Zeus de roekloze jonge man doordat hij de bliksem op hem neer liet dalen. Phaethon stortte in de grote rivier Eridanus en verdronk. Door verdriet overmand, veranderden de Heliaden (Aegiale, Aegle, and Aetheria ) aan de oever van de rivier in zwarte populieren. De mensen uit de oudheid zagen in het plakkerige vocht van de bladknoppen de tranen der Heliaden ( zo beschreef het de Dichter Ovidius in zijn Metamorphosen).
Een ander verhaal gaat over de
nimf Leuke. Toen zij voor zijn opdringerige toenaderingen vluchtte, werd zij
door de godin Persephone in een zilverpopulier (populus alba) veranderd. Daardoor
bleef haar verkrachting bespaard.

Zwarte populier en zilverpopulier werden beide in verband gebracht met de dood. De één als symbool van nacht, verdriet en verlies, de ander als licht, verlossing, bevrijding.
Populieren staan in verband met der onderwereld, met herinneringen en verleden tijd. Zwarte populieren waren gewijd aan de doodsgodin
Hekate, witte abelen aan Persephone, godin van de wedergeboorte.De Griekse held
Hercules bekranste zich met bladeren van de zwarte populier. Zijn zweet kleurde de onderzijde van het blad wit.De witte abeel werd vaak aangeplant in streken waar veel slangen leefden, omdat deze boom de aartsvijand was van de slang en ook slangenbeten kon genezen.
Homerus
noemt de populier verschillende malen in zijn geschriften. Voor de Ida-grot op Kreta, waar Zeus zijn eerste levensdagen doorbracht, stond een heilige populier.Medea, beschermster van alle toverplanten, gebruikte de populier vaak bij haar toverkunsten.
De esp of ratelpopulier
In de oudheid was de esp boom van
de helden. Een kroon van espenblad verleende hen kracht niet allen om de
onderwereld te bezoeken, maar ook om behouden terug te keren. Kronen van
espenblad die in graven gevonden werden, duiden er op dat men geloofde dat zij
zouden helpen om herboren te worden.

Aspis, het Griekse woord voor esp, betekent schild. Grieken en Kelten vervaardigden bij voorkeur hun schilden uit espenhout omdat het licht was. Deze schilden waren meer dan een fysieke barrière tussen de krijger en zijn vijand. Zij bezaten magische, beschermende kwaliteiten. Daarom plantte men ook graag ratelpopulieren in nederzettingen.
De Latijnse naam voor esp is
Populus tremula, de trillende populier. Ook andere populiersoorten hebben bladeren die gemakkelijk bij de lichtste bries bewegen. Maar de bladeren van de ratelpopulier, die eigenlijk niet ratelen, maar zachtjes ruisen of fluisteren, doen dat door hun ronde vorm en lange stelen nog gemakkelijker. Ik zou deze populier veel liever fluisterpopulier willen noemen. Je kunt dit geluid ook associëren met het geluid van lichte regen die op de bladeren valt.In vele culturen en godsdiensten
associeert men de wind met de stem van de boomgeest, die mensen tot meditatie
inspireert. In legenden verdwenen mensen die zich in de nabijheid van een esp
bevonden, naar het land van de feeën.

Voor de mensen in de Schotse Hooglanden, waar men de esp critheann (spreek cree-an) noemt, was de esp een magische boom. Wanneer men een espenblad onder zijn tong legde, kon men beter uit zijn woorden komen. Dat was een geschenk van de feeënkoningin. Er ruste een taboe op het gebruik van espenhout voor hengels, landbouwgereedschap en de bouw van een huis, want het was net als de vlier een feëenboom, die niet gekapt mocht worden. Helaas is dit respect voor bomen als esp en vlier door de kerstening verloren gegaan. Het geloof in feeën was duivels. Men beweerde dat de esp trilde van schaamte omdat het kruis waaraan men Christus gekruisigd had, van espenhout gemaakt was. (Van taxus en eik beweerde men trouwens hetzelfde). Daardoor werd deze heilige boom tot iets waar men bang voor moest zijn.
Een esp of ‘fluisterpopulier’ is een boom waar je heel aandachtig naar zou kunnen kijken en luisteren. Misschien hoor of voel je dan iets van de bomengeest die jou rust geeft en eventueel een antwoord op een brandende vraag.
Botanische informatie over de populier