Wilg

 

Salix (bot.)

Willow (Eng.)

Saule (Frans)

Weide (Duits)

 

Saliaceae - wilgenfamilieschietwilg ( Salix alba)

 

In Nederland is de wilg één van de meest voorkomende boomsoorten. Wilgen en populieren horen tot dezelfde familie, de saliaceae. Ze lijken ook op elkaar. Beide hebben enkelvoudig blad en eenslachtige bloemen, de katjes. Beide houden van lage, vochtige gronden. In dit artikel zal ik enkele van de vele wilgensoorten kort beschrijven, zodat  je ze op je wandelingen een beetje uit elkaar kunt houden. De meeste soorten komen in het wild voor, behalve de treurwilg die meestal in parken aangeplant wordt. Maar er zijn ook kleine soorten die voor tuinen geschikt zijn. Naast bomen zijn er hoge en lage heesters en zelfs kruipende bodembedekkers.

 

Verspreiding

Behalve in Australië komen de 400 à 500 wilgensoorten die we kennen op alle continenten voor met de grootste concentratie op het noordelijke halfrond.

Naamgeving

Het woord wilg is afgeleid van het Angelsaksische welig wat te maken heeft met buigzaamheid. Anderen beweren dat wilg en weide van het oud-Hoogduitse wida of het Latijnse vieo (=vlechtwerk) afstammen. Salix is afgeleid van het Oudindische salila wat water betekent. Andere Nederlandse namen voor de wilg zijn: sappeipenholt, warf, wedele, wie en fluitjeschijt.

De plaatsnamen Rodenrijs en Rijssen hebben hun naam waarschijnlijk te danken aan wilgenrijs.kraakwilg(Salix fragilis)

 

Soorten

De schietwilg (Salix alba) kan ongeknot 28 meter hoog worden. De katjes zijn vrij dun, langwerpig, geelgroen in bloei en gesteeld. De onderzijde van het blad is zilverig behaard. De naam heeft te maken met de grote productie van jong schot. De treurwilg is een variëteit van de  schietwilg. Zijn takken  zijn minder bros en buigen mee met de wind.

 

De kraakwilg (Salix fragilis) heeft takken die weinig buigzaam zijn en bij het afbreken een kraakgeluid maken. Het is een forse boom met een open kroon. De katjes zijn ovaalvormig met een spits puntje. Omdat hij later bloeit dan de andere wilgen, wordt hij tot de zomerwilgen gerekend.

 

De grauwe wilg (Salix cinerea) valt op door de grijsgroene kleur van het loof. De onderkant van de bladeren is blauwgroen, bezet met viltige haren. De katjes zijn vóór de bloei vaak lakrood.

 

De grijze wilg (Salix eleagnos) kan ongeknot 20 meter hoog worden. Hij is ook als grote struik te vinden. De bladeren zijn zeer smal en lang. Hun onderzijde is witviltig behaard. De katjes zijn tot 5 cm lang, slank en een beetje gebogen. bittere wilg (Salix pupurea)

katje van de grauwe wilg ( Salix cinerea)

De katwilg (Salix viminalis) heeft bijzonder buigzame twijgen. De katjes zijn opvallend helder zilverwit en staan prachtig in de vaas. De bladeren zijn lang en smal en aan de rand gekroesd. Zij is vooral thuis in grienden. De takken van de katwilgen worden om de 3 jaar gekapt, als bonenstaken verkocht, gebruikt voor het vlechten van manden of het vervaardigen van zinkstukken bij de aanleg van dijken. De katwilg groeit per jaar ca. 2 m.

 

De kruipwilg (Salix repens) is een struik. Hij wordt zelden hoger dan 1 m en komt voor op heidevelden en zandverstuivingen om daar verdere verstuiving tegen te gaan.

 

De water- of boswilg (Salix caprea) komt meestal voor als struik. De Latijnse naam betekent wilg die door geiten wordt gegeten. Typerend zijn de grote, ronde of ellipsvormige bladeren, die aan de onderzijde grauwwit behaard zijn. De katjes zijn voor de bloei bedekt met een zilverig zijden vachtje.bloeiende katjes van de waterwilg (Salix caprea)

De bittere wilg (Salix purpurea) heeft dunne, stijve takken. Zij is een brede heester of kleine boom. Haar twijgen zijn roodbruin, de katjes geel en een beetje roodachtig.

 

De laurierwilg (Salix pentandra) kan 15 m hoog worden. De twijgen zijn sterk glanzend en roodbruin. Bijzonder is dat de langwerpige katjes pas na het uitlopen van de bladeren verschijnen .

 

De amandelwilg (Salix triandra) heeft kaneelkleurig schors die bij oudere exemplaren afbladdert. De bladeren zijn lang, spits en donkergroen. De katjes zijn slank en kegelvormig.

 

Plantkundige kenmerken

Wilgen zijn tweehuizig, d.w.z. mannelijke en vrouwelijke katjes zitten aan verschillende bomen. Wilgen vinden we zowel als boom, maar ook als struik. Het blad van de meeste wilgen is lancetvormig en een beetje gezaagd. Behalve bij de laurierwilg verschijnen de katjes in het voorjaar eerder dan de bladeren en zijn zeer geliefd bij bijen en hommels.

Schietwilg en kraakwilg zijn in Nederland zeer algemeen en worden meestal geknot omdat oudere takken gemakkelijk breken. Ze zijn te vinden in ooibossen oftewel wilgenvloedbossen langs rivieren en beken. katjes van de Schietwilg (Salix alba)

 

Soorten voor de tuin

Geschikt voor de tuin zijn de kronkelwilg (Salix matsudama 'Tortuosa') en de kleine treuwilg  (Salix pendula).

Voor de heidetuin zijn aan te bevelen de Salix helvetica (50 cm hoog) en Salix lanata. Salix helvetica is inheems in de Alpen en de Hoge Tatra. De katjes verschijnen ongeveer gelijktijdig met het blad en zijn roodachtig. Salix lanata komt uit het noordelijke Euraziatisch gebied en heeft mooi zilvergrijs blad.

Wilgen houden van een zonnige plek. Alle wilgen zijn gemakkelijk te stekken. Uit palen van wilgenhout kunnen na enkele jaren aanzienlijke bomen worden. Alle boomvormen kunnen geknot worden.

pluizen met zaden van de boswilg (Salixcaprea)

 

Gebruik

De wilg werd al eeuwenlang gebruikt voor het vervaardigen van erfafscheidingen, hek - en vlechtwerk, het maken van kisten, houtwol, houtskool en cricketbats. Eskimo’s gebruikten voor het geraamte van hun kajaks wilgenhout. Een omheining van wilgentakken noemde men luik, de loke of heimluik. Tegenwoordig worden wilgentenen wel eens langs een metalen constructie gevlochten als geluidsscherm. In combinatie met leem werden wilgentakken gebruikt bij de bouw van vakwerkhuizen. In de Voerstreek (België) kan men dit nog zien. Wilgenrijshout wordt tegenwoordig ook tussen palen gevlochten voor het aanleggen van milieuvriendelijke oevers.

Klompendragers beweren dat klompen, die van wilgenhout vervaardigd zijn, een betere kwaliteit leveren dan die van populierenhout. Ze zouden beter tegen water kunnen en meer warmte geven.

Wilgenhout is ook zeer geschikt voor houten stelen van gereedschappen. Het looizuur van de bitterwilg werd gebruikt om leer te looien. treurwilg in herfstkleur

Wilgenbast gebruikte men vroeger tegen reumatiek en jicht. Door op een stukje bast te kauwen, kun je pijn verlichten. Daarin zit namelijk salicine, hoofdbestanddeel van aspirine.

 

Volksgebruik en mythologie

De wilg is symbool van vruchtbaarheid door zijn welige groei, maar ook van ongelukkige liefde, dood en het dodenrijk (treurwilg). De Germaanse god Vidharr woonde in een wilgenbosje.

Bij de Kelten is de wilg gewijd aan de godin Cerridwen.

Bij de Grieken staat de wilg in verband met de watermagie van de godin Helige. Helicon was de rivier die rond de Griekse berg Parnassus kronkelde en was gewijd aan de muzen. Zeus en Hera zouden onder een wilg geboren zijn. zwarte wilg (Salix nigra)

De zevende dag van het Joods loofhuttenfeest heet wilgendag en in Rusland noemt men Palmzondag wilgenzondag.

In de Bijbel is de wilg een treurboom. Judas zou zich opgehangen hebben in een wilg en Jezus zou geslagen zijn met wilgenroeden.

Heksen en spoken zouden in wilgen wonen. Honingzwammen die op het verrotte hout van oude, geknotte wilgen groeien, lichten op in het donker zodat deze spookachtig lijken.

Volkswijsheid: door wilgenbladeren in het eerste badwater van de baby te doen, wordt het kind beschermd tegen ziektes. Zweedse vrouwen plukken op 1 mei wilgentakken die ze in de stal ophangen om het vee te beschermen.

 

 

 

 

 

Lees ook Inspirerende Wilg

       

Startpagina        loofbomen