Vaantjesboom
(Zakdoekenboom, luierboom)
Davidia involucrata (bot.)
Dove tree, ghost tree, handkerchief tree (Eng.)
Arbre aux mouchoirs (Frans)
Taschentuchbaum, Taubenbaum (Duits)
Nyssaceae – tulpeboomfamilie
De vaantjesboom is een opvallende verschijning in het rijk der bomen. Hij bloeit namelijk spectaculair, wat bij grotere bomen, behalve bij de paardenkastanje, een bijzonderheid is. In mei verschijnen de imposante bloemen die als vaantjes of zakdoekjes aan de takken bengelen. Wanneer het waait, lijken zij te zwaaien. Hij wordt daarom in China, zijn thuisland, ook wel "tot-ziens-boom"genoemd. In de grote, lichte bloemen zou je ook een zwerm duiven kunnen zien, die in de boom neergestreken is. Vandaar de Engelse naam Dove Tree en de Duitse naam Taubenbaum.
Wetenschappers planten de vaantjesboom graag in botanische tuinen van universiteiten omdat hij niet alleen bijzonder uitziet, maar ook verbonden is met het opwindende verhaal over zijn reis naar Europa..
Herkomst
Inheems is de vaantjesboom in de
vochtige gebergtestreken van Midden - en West - China. In de buurt van de stad Mu-Pin werd hij door de Franse Jezuïetenpater en plantenliefhebber Armand Pierre
David ontdekt. Maar hij was niet diegene die de eerste zaden naar Europa bracht.
Dat was de Fransman Paul Guillome Farges. Hij stuurde 1897 een handvol
nootachtige pitten naar Parijs. Volgens de overlevering zou daarvan slechts één
enkel zaadje gekiemd hebben dat tenslotte, uitgegroeid tot een volwassen boom, in
1906 voor het eerst bloeide.

Het was toen niet ongewoon dat zogenaamde ‘plantenjagers’ in de bossen van Azië naar nieuwe sierplanten voor de Europese parken en tuinen zochten. Eén van hen, de Engelsman Ernst Henry Wilson, werd naar China gestuurd om daar de vaantjesboom te vinden. Toen hij de plek die pater David beschreven had, eindelijk vond, was de gezochte boom helaas gekapt.
Gelukkig ontdekte hij een volwassen
exemplaar op een andere plek. Hij bracht in 1906 grotere hoeveelheden zaden naar
Europa, de meeste van de variëteit vilmoriniana die gemakkelijker kiemen
dan die van involucrata. Deze kiemen pas na rust van een jaar en dan ook nog met
moeite.

Naamgeving
Het geslacht Nyssaceae is inheems in Zuid-Azië en Noord-Amerika en werd genoemd naar de Griekse waternimf Nyssa. Deze bomen hebben het hele jaar door water nodig. Het woord davidia is afgeleid van Pater David, de eerste Europeaan die deze boom beschreef. Involucrata betekent met haartjes bedekt en dat heeft betrekking op het donzige blad.

Plantkenmerken
De opvallend witte pracht van de
vaantjesboom wordt niet door de bloemen veroorzaakt. De eigenlijke bloem is maar
klein. Het is een bolletje van zwarte meeldraden met daartussen verstopt de
stamper. Het aantrekkelijke zijn de twee crèmewitte schutbladen. De onderste
zijn minstens 15 cm lang en half zo breed. De bovenste zijn veel korter, maar
even breed. Als ze uitkomen, zijn ze geelgroen, maar worden elke dag witter. Ze
blijven enige weken aan de boom. Daarna ontwikkelen zich de zaden, in het begin
groen, later purperrood. Je kunt ze pas goed kunt zien nadat het blad gevallen
is. Dan hangt de boom vol met bruine vruchten die scheef zitten op rode
stelen.

Opvallend zijn de getande bladeren met hun sterke nerven. Zij zijn helder lichtgroen, aan de onderkant donzig, aan de bovenkant met fijne, witte haren bedekt. In het najaar kleuren zij van geel tot diep paars.
De vaantjesboom wordt 12 tot 20 m hoog. Meestal bloeit hij pas voor het eerst in het achtste jaar. Maar de volle bloei vindt pas na 20 jaar plaats.
Hij is winterhard, maar jonge bomen moeten in de winter met stro afgedekt worden.
Standplaats en Snoei
De vaantjesboom groeit het beste in vruchtbare grond die nooit uitdroogt. Hij moet diep geplant worden. Een niet al te winderige plek in de zon of halfschaduw is gunstig.
Snoeien is alleen maar nodig om
concurrerende takken weg te halen. Volgroeide bomen moeten zo min mogelijke
gesnoeid worden. De vaantjesboom bloeit op meerjarig hout.

Vermeerdering
Het is erg moeilijk om de zaden tot kiemen te brengen. In een oude editie van het tijdschrift Groei en Bloei las ik, dat het iemand gelukt was doordat hij de noten op een bankschroef voorzichtig gekraakt had. Het is blijkbaar in ons klimaat voor de kiem niet mogelijk om op eigen kracht de dikke schil te doordringen.
De vaantjesboom wordt in kwekerijen ook gestekt.