Tranenden
Pinus wallichiana (bot)
Himalayan pine, Bhutan pine (Eng.)
Pin pleurer de l’Himalaya (Frans)
Tränenkiefer, Seidenkiefer (Duits)
Pinaceae – dennenfamilie
De tranenden is een mooie, elegante, altijd groene naaldboom met een open kroon. Hij valt vooral op door zijn lange, hangende naalden die in de wind bewegen en van kleur te schijnen veranderen: van groen tot blauw tot zilver. Het is een prachtig gezicht! Wanneer hij niet opgekroond wordt, behoudt hij zijn takken tot aan de grond.
Herkomst
De tranenden is inheems in het
oostelijk deel van de Himalaya van Afghanistan tot aan Nepal. Hij groeit daar
tot een hoogte van 2500 m.

Naamgeving
Pinus is de algemene naam voor de den. Wallichiana is afgeleid van Dr.Nathaniel Wallich, een Deense botanicus uit de 19e eeuw.
De naam tranenden is heel toepasselijk, want vaak hangen harsdruppels aan de kegels, die op tranen lijken.
Plantkenmerken
In zijn thuisland kan deze boom
50 m hoog worden, maar in Europa bereikt hij slechts 25 m. Het is een snelle
groeier. Deze naaldboom heeft een losse, breed kegelvormige kroon en loodrecht
afstaande takken. De twijgen zijn licht berijpt. De blauwgroene naalden staan
met vijf bijeen aan de korte loten. Ze zijn opvallend lang (tot 20 cm), zacht,
dun en overhangend. Ze hebben witte lengtestrepen aan de binnenzijden.

De tranenden heeft onopvallende bloemen. De mannelijk bloemen zijn bleekgeel, de vrouwelijke roodachtig. Ze verschijnen in mei/juni.
De banaanvormige tot 30 cm lange kegels zijn eerst opstaand, later hangend aan lange stelen. Onrijp zijn zij donkerblauw. Als zij gerijpt zijn, hebben zij een bruine kleur aangenomen. Vaak zitten harsdruppels op de kegels, die op tranen lijken. Het is niet aan te bevelen, om deze kegels aan te raken, want het plakkerige hars kun je heel moeilijk van je handen verwijderen.
De kleine zaden zijn hooguit 7 mm lang.
De schors is grijsbruin tot zwartgrijs, gegroefd en afschilferend.
Om goed te kunnen groeien, heeft de tranenden een zonnige plaats nodig en veel ruimte.


Gebruik
De tranenden wordt bij ons als sierboom aangeplant.
Van naalden en zaden wint men een
geneesmiddel tegen nier-en blaaskwalen, als ook tegen ademhalingsproblemen.
Huidziektes, wonden, verbrandingen worden er ook mee behandeld ( kompressen,
inhaleren, pleisters)

