Ginkgo
(Japanse Notenboom)
Ginkgo biloba (bot.)
Maidenhairtree (Eng.)
L’arbre aux quarante écus (Frans)
Fächerblattbaum, Abrikosenbaum (Duits)
Yin-Kuo (Japans)
Ginkgoceae - ginkgofamilie
De ginkgo is anders dan alle andere boomsoorten ter wereld. Hij wordt door veel wetenschappers beschouwd als de eerste boomsoort die evolueerde. Hij deelt eigenschappen met varens en bomen. De Engelse naam 'maidenhairtree' heeft te maken met zijn overeenkomst met de 'vrouwenhaarvaren'.
De ginkgo werd in 1690 door de Duitse natuurkundige en plantenkenner
Engelbert Kaempfer tijdens zijn vele reizen naarJapan en China ontdekt,
naar Europa gebracht en in 1712 voor het eerst beschreven. Hij bestudeerde alle
delen van deze boom grondig.
In
1730 werd een ginkgo in Nederland voor het eerst geplant in de Hortus Botanicus
in Utrecht (de Oude Hortus).
Naamgeving
In de oude Chinese literatuur van 1578 komen we deze boom tegen als
yin hsing of ya chio, wat zilverabrikoos betekent en te maken heeft
met zijn zilverachtig glanzende vruchtbeginselen. De naam kwam vanuit China naar
Japan en veranderde daar in ginnan en icho (eendenvoetboom),
omdat de bladeren doen denken aan de zwemvliezen van een eend. Dat
de boom tegenwoordig bij ons als ginkgo bekend is, heeft waarschijnlijk meet een
schrijffout te maken die destijds in de botanische taal ingeslopen is. De
botanicus Carl von
Linné voegde biloba eraan toe om op de tweedeling van het blad te
wijzen. Het Engelse Maidenhairtree is afgeleid van de gelijkenis met de
elegante, exotische vrouwenhaarvaren. De Franse naam Arbre aux quarante ecus
(veertig daalder boom) heeft met de Franse geschiedenis te maken. In 1780
werden de eersten ginkgo's voor 40 ecu's van een Engelse tuinder gekocht.
Herkomst
In Europa kende men tot die tijd slechts fossiele resten uit het
Permtijdperk (210 tot 190 miljoen jaar geleden).. Men vermoedt dat de Ginkgo de
oudste, nu nog voorkomende boom van zijn familie is. Fossiele resten
werden
gevonden in Yorkshire, Groenland en op Spitsbergen. Men noemt de ginkgo ook 'levend fossiel
'. Men gaat ervan uit dat de voorouders van de ginkgo overal op de aarde
voorkwamen. Het grootste deel van de ginkgosoorten had zich al tijdens het
krijttijdperk naar Oost-Azië teruggetrokken, waar zij de ijstijden
overleefden. Typerend is het uit vroegere naalden samengegroeide waaierblad. Het
is een fenomeen in de plantenwereld.

In het oude China werden ginkgo’s in paleis-en tempeltuinen geplant. De oudste bomen groeien in de buurt van de berg Tai Sjan, de heiligste berg van China. De ginkgo werd vaak op Chinese schilderijen afgebeeld en inspireerde dichters.
De hoogste en meest opzienbare ginkgo staat in de tuin van de Yon Mun-tempel in Zuid-Korea. Het is een gezonde boom met een hoogte van 60 m. De stam heeft een diameter van 4,5 m en zijn leeftijd wordt geschat op 1100 jaar. Volgens een oude legende groeide hij uit een stok die een boeddhistische monnik liet vallen terwijl hij zijn dorst leste. De plaatselijke bevolking vereert deze boom omdat beweert wordt dat hier in een reusachtige witte slang in verblijft.
In Europa wordt hij nog steeds als een bijzonderheid onder uitheemse bomen gezien. De Duitse Dichter Goethe heeft er een prachtig gedicht over geschreven (zie onder).
In 1750 werd in de botanische tuin van Padua (Italië) een kleine zaailing van een ginkgo geplant. Toen Goethe in 1815 tijdens zijn bezoek aan deze tuin zijn gedicht schreef, moet de ginkgo daar al 10 tot 12 m hoog geweest zijn. Deze boom leeft nog steeds en heeft op borsthoogte een omtrek van 3,8 m. Het is een mannelijke boom met een bijzonder kenmerk: tuiniers hebben er een vrouwelijke tak op geënt die nog steeds vruchten draagt.
In Nederland staat sinds 1730 in de Oude Hortus in Utrecht een ginkgo, waar men een vrouwelijke tak op een mannelijke boom heef geënt.
Plantkenmerken
De ginkgo is een schitterende en fascinerende sierboom met zijn waaiervormig, lichtgroen blad dat in het najaar goudgeel kleurt. Hij is tweehuizig, d.w.z. dat er mannelijke en vrouwelijke bomen zijn. De bloemen staan, evenals de bladeren, op gedrongen zijtakjes (kortloten) .
Het stuifmeel
wordt in juni gevormd in aarvormige kegeltjes (strobili)
en door de wind verspreid. Als het op de langgesteelde zaadknoppen van de
vrouwelijke boom terechtkomt, ontwikkelt het zich tot spermazoïden. Dit proces
duurt maanden zodat de bevruchting pas in de herfst plaats vindt. Daarna
ontwikkelt zich de zaadknop tot een geelgroene, hangende, abrikoosvormige
vrucht
met daarin een nootje. De geroosterde pit smaakt lekker, maar het vlezige
gedeelte eromheen verspreidt een rottingsgeur.

Wanneer die bladeren zich in het voorjaar ontvouwen, zijn ze geelgroen. Tijdens de zomer worden ze iets donkerder en heldergeel in het najaar. Er worden twee soorten scheuten gevormd. Langs de oude twijgen verschijnen korte, zeer langzaam groeiende, terwijl tijdens de lentegroei lange scheuten met verspreide bladeren ontstaan.
De schors is donkergrijs met een ruw netwerk van elkaar kruisende richels en spleten. Oude bomen krijgen knobbels.
De ginkgo groeit langzaam en meestal recht omhoog. Hij kan 20 m hoog en 6 tot 8 m breed worden. Rond de hele stam vormen zich korte takken die een verschillend groeitempo hebben, waardoor de boom een eigenaardige, spookachtige kroon ontwikkelt. Ondanks zijn bladeren hoort hij niet bij de loofbomen. Als je een ginkgoblad goed bekijkt, dan ontdek je dat het lijkt alsof naalden aan elkaar gegroeid zijn. Hij hoort bij een eigen familie, de ginkgoceae. Hij is een bijzonder langlevende boomsoort waarvan de bladeren, het hout en de schors door geen enkel ongedierte wordt aangetast. Zelfs autogassen en vervuilde lucht doen hem weinig.

Soorten
Naast de gewone ginkgo biloba bestaat er een zuilvorm,
Ginkgo biloba 'Fastigiata' die we wel eens als
laanboom zien en die geschikt is voor een kleinere tuin. Andere soorten zijn
'Autumn Gold, 'Santa Cruz', 'Tubifolia' (een kleine soort die maar 3 m
hoog wordt), en één met hangende takken Ginkgo biloba 'Pendula'.
Meestal worden in lanen en parken slechts de mannelijke bomen geplant omdat de vrouwelijke exemplaren voor een glibberig wegdek en een onaangename geur zorgen.
Gebruik
De ginkgo is geschikt als park-en straatboom en als solitair in een grote tuin. Van zijn hout worden meubels en bijzondere voorwerpen gemaakt.
In China en Japan wordt de ginkgo sinds mensenheugenis als
heilige boom en om zijn geneeskrachtige werking geteeld en vereerd. Het zaad is een middel om
slijm op te lossen, werkt kalmerend en ter bevordering van de spijsvertering.

In bepaalde delen van China staat de ginkgo bij traditionele artsen bekend als de 'geheugenboom' omdat een uit de bladeren vervaardigd preparaat de hersensactiviteit zou stimuleren. Recent onderzoek heeft aangetoond dat een aantal terpenen, bestanddelen van vluchtige oliën die van nature in ginkgobladeren voorkomen, de bloeddoorstroming verhogen - in het bijzonder naar de hersenen. Het is wetenschappelijk vastgesteld dat een extract van ginkgobladeren de geestelijke toestand van dementerende patiënten aanzienlijk verbetert.
Koreanen verzamelen de vruchten als bron van voedsel en als medicijn tegen hoest, klachten van de blaas en astma. Geroosterde ginkgozaden worden als delicatesse verkocht.
In het moderne China worden ginkgovruchten bij huwelijken aangeboden als symbool van vruchtbaarheid, maar ook omdat zij de spijsvertering bevorderen. Van de vruchten worden ook wasmiddelen en cosmetica gemaakt door het vruchtvlees op te lossen.
Er bestaat op het moment een grote vraag naar ginkgoextracten die in Duitsland vooral gebruikt worden ter bestrijding van gehooraandoeningen en ter verlichting van kwalen door te trage bloeddoorstroming zoals wintervoeten, herseninfarcten, dementie, duizeligheid en de ziekte van Menière. De Chinese overheid stimuleert de kweek van ginkgobomen om aan de vraag van de farmaceutische industrie te kunnen voldoen. Er wordt veel geld mee verdiend.

Plantadvies
April is de meest geschikte maand om een jonge ginkgo te planten in compostrijke aarde op een zonnige plek en zo windvrij mogelijk. De ginkgo is winterhard en verliest zijn blad in de herfst. Hij houdt niet van een te natte standplaats.
Vermeerdering
Stekken is de beste methode. In juni of juli snijdt je scheuten van ca. 20 cm lengte, dompelt deze in groeistofpoeder en plant hen in een mengsel van turfmolm en scherp rivierzand. Een gelijkmatige temperatuur van ca. 21°C is aan te bevelen. Als alles goed gaat, vormen de stekken mooie wortelpruiken. Begin september kun je deze bewortelde stekken verpotten en het beste enkele jaren in de kas of kamer houden.

Snoeien
Snoeien is alleen nodig om concurrerende harttakken weg te nemen. Dit kun je het beste doen als het blad verdwenen is (herfst tot begin voorjaar).
Inkorten van zijtakken betekent meestal dat de hele tak afsterft.

Ginkgo biloba
Dieses Baumes Blatt, der von Osten Ist es ein lebendig Wesen. Solche Fragen zu erwidern,
meinem Garten anvertraut, das sich in sich selbst getrennt? fand ich wohl den rechten Sinn.
gibt geheimen Sinn zu kosten, Sind es zwei, die sich erlesen, Fühlst du nicht an meinen Liedern,
wie's de Wissenden erbaut. das man sie als eines kennt? dass ich eins und doppelt bin?
(Uit ' Suleika' van Johann Wolfgang von Goethe 1815)
Vrij vertaald door Matthias Rozemond
Zie dit kleinood in mijn gaarde: Leeft het als een enkel wezen, Langzaam rijpende ideeën
boomblad uit de oriënt, innerlijk in twee gedeeld? werpen op die vragen licht.
siert met zijn geheime waarde, Of vormt juist het uitgelezen Voel je niet dat ik in tweeën
ingewijden wel bekend. tweetal één herkenbaar beeld? eenling ben in mijn gedicht?