Esdoorn

Acer (bot).

Maple (Eng.)

Évable sycamore (Frans)bergesdoorn

Ahorn (Duits)

 

Aceraceae - esdoornfamilie

 

Esdoorn is een bladverliezende loofboom, soms ook een struik. Hij valt vooral op door zijn

vlammende herfsttooi.

In Europa zijn er 7 soorten inheems: veldesdoorn (Spaanse aak), gewone of bergesdoorn, Noorse esdoorn, Franse esdoorn, Italiaanse esdoorn, Balkan-esdoorn en de Tatarische esdoorn.

 

In Japan vinden we ca. 20 soorten in het wild. Japanse kwekers hebben voor een groot aantal selecties gezorgd.

Andere soorten zoals Acer negundo en Acer saccharum (suikeresdoorn) zijn inheems in Noord-Amerika. Canada heeft het esdoornblad in zijn staatswapen, want de Indian summer is daar één van de mooiste seizoenen. De esdoornbossen zijn dan vlammend rood en geel gekleurd.

 

Verspreiding en standplaats

De in Europa inheemse soorten zijn gemakkelijke bomen die ook droge grond verdragen. Vooral de veldesdoorn(Acer campestre of Acer hebecarpum) is belangrijk als leef - en voedselplant voor veel dieren. De gewone esdoorn ( Acer pseudoplatanus) en de veldesdoorn  vinden we in Nederland vaak langs wegen als verbinding tussen dorpen en steden. Zij horen pas sinds 1850 tot het Nederlandse cultuurlandschap. In de 19e eeuw kweekte men vooral bonte en roodbladige variëteiten. Pas in de 20e eeuw kwamen snel groeiende straatbomen in de mode. 

De gewone of bergesdoorn is inheems in de bergbossen van Midden-en Zuid-Europa en Zuid-Limburg. In de Nederlandse bossen wordt hij steeds belangrijker.

 

veldesdoorn (Acer campestre)    Noorse esdoorn ( Acer platanoides)    Tatarische esdoorn ( Acer tataricus)

 

Esdoorns worden bestoven door insecten en zijn belangrijk voor bijen kleine vliegensoorten. De zaden worden door de wind verspreid.

De Noorse esdoorn (Acer platanoides) groeit in gematigd klimaat in gemengde bossen. Het is de boom van het laag - en heuvelland. Het is de enige esdoornsoort die men ook in Zuid-Zweden en Finland vindt. Bij ons groeit hij vaak langs bosranden.

 

De veldesdoorn  of Spaanse aak heeft in Europa een groot verspreidingsgebied. Hij komt ook voor in het Middellandse Zeegebied  en Klein-Azië, want het is een boom die van warmte houdt. Omdat het een vrij kleine boom is, vinden we hem meestal niet in bossen, maar in parken en tuinen, als solitair of als heg.

Het is de enige esdoorn die ook in Spanje voorkomt (Spaanse aak). Hij heeft een dichte, sterk vertakte kroon. De bladeren die de vorm van een uitgespreide hand hebben, zijn aan de onderkant donkergroen, aan de bovenkant blauwgroen, soms roodachtig. In het najaar kleuren zij goudgeel.

 

De gewone esdoorn kan 400 tot 500,  Noorse esdoorn en Spaanse aak 150 tot 200 jaar oud worden. 

 

De Franse esdoorn (Acer monspessulanum) is inheems in het zuiden van Frankrijk, maar groeit ook in het Midden-Rijngebied in Duitsland. Hij werd ontdekt in de buurt van de Franse stad Montpellier. Daarvan heeft Linnaeus de bijnaam monspessulanum afgeleid. Hij doet het goed op droge en kalkhoudende bodems.

bloem van Acer japonicum

 

Naamgeving

Het Latijnse woord acer betekent spits, scherp en heeft betrekking op de bladvorm. De Latijnse naam van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) betekent plataanachtige aak omdat de bladeren op die van de plataan lijken. De toevoeging campestre betekent die van het veld. Het woorddeel es duidt op de gelijkenis met de vruchten van de es. Maar het woorddeel doorn is onverklaarbaar, want esdoorns hebben geen doornen.

Nederlandse volksnamen zijn: ahorn, groot booghout, boterblaarhout. Deze laatste naam heeft te maken met het oude gebruik om boter in esdoornbladeren in te pakken.

 

Soorten en hun kenmerken

De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) kan 35 m hoog worden en wordt meestal aangeplant in straten, parken en plantsoenen. Hij heeft een dichte, sterk vertakte ronde kroon. De bladeren zijn lang en breed met 5 eivormige, spitse lobben. De bloemen die in april/mei verschijnen, zijn lange, hangende, geelgroene pluimen. De herfstkleur is goudgeel. De gevleugelde splitvruchten bevatten twee ronde nootjes. De schors is eerst bruingrijs, later roodachtig gevlekt, in schubben afschilferend.                 

 

De Noorse esdoorn (Acer platanoides) kan een hoogte van 25 m bereiken. Hij is te herkennen aan de spitse en getande lobben van de bladeren. Wij vinden hem vaak in onze bossen waar hij zich spontaan uitzaait. Hij heeft mooie geelgroene, rechtopstaande bloemschermen in het voorjaar. Dan is de kroon volledig bedekt met gele bloemen die veel insecten aantrekkennet ontkiemd        vruchten van de Tatarse esdoorn    herfstblad van Acer palmatum

 

De geelgroene bloemen verschijnen half mei, kort na het ontluiken van de bladeren. Ze zijn één- en tweeslachtig, d.w.z. er zijn mannelijke en vrouwelijke bloemen. De bladeren hebben 5 tot 7 toegespitste lobben. Hun herfstkleur is geel tot roodgeel.

De vruchten zijn gevleugelde splitvruchten met twee ronde nootjes die bij het rijpen in twee delen splijten. De vleugels vormen een soort vliegapparaat waardoor de nootjes met draaiende bewegingen door de lucht zweven. Met behulp van de wind kunnen zij grote afstanden afleggen..

    Franse esdoorn (Acer monspessulanum)    Italiaanse esdoorn (Acer opalus)

De donkere schors is eerst lichtgrijs en glad, later  donkergrijs met lengtegroeven. 

 

De veldesdoorn (=Spaanse aak) zien we meestal als struik in heggen en bosranden. Als boom kan hij 12 m hoog  worden. Hij heeft een ronde kroon. De kleur van de takken is olijfgroen tot geelbruin. Zij hebben vaak kruklijsten. De bladeren hebben 5 stompe lobben, waarvan de eerste drie zelf ook nog gelobd kunnen zijn. Hun herfstkleur is geel of rood. De geelgroene bloemtrossen verschijnen gelijk met het uitlopen van de bladeren op het einde van de twijgen (mei/juni). Het zijn rechtopstaande of overhangende pluimen. De gevleugelde splitvruchten bevatten 2 vlakke nootjes . De schors is eerst bruin en glad, later grijsbruin en fijn gegroefd. De takken zijn vaak bezet met kurklijsten. Bij ons vinden we meestal die variëteit hebecarpum, terwijl campestre meer in Zuid-Europa voorkomt.

 

De Italiaanse esdoorn (Acer opalus) vinden we hier en daar in botanische tuinen. De bloemen staan in dikke trossen aan de kale takken in het voorjaar en de herfstkleur is geeloranje.

 

De Franse esdoorn ( Acer monspessulanum) is een kleine, vaak meerstammige boom. Hij is warmteminnend. De sierwaarde wordt bepaald door de kleine, eivormige, gaafrandige, drielobbige blaadjes, roodachtige vruchten en gele herfstkleur. 

 

De Tatarische esdoorn (acer tataricum) die uit Zuid-Europa stamt, is een kleine boom (9 m) en krijgt rode herfstbladeren.

 

Esdoorns groeien in het begin vlug, later trager en worden dan b.v. door beuken gauw ingehaald.

          

stam van de gewone esdoorn        blad van de Tatarische esdoorn   

Betekenis voor de bosbouw

Esdoorns zijn waardevolle boomsoorten die helpen om de bodem te verbeteren. Ze zijn daarom van hoge ecologische betekenis. Hun verrottende bladeren vormen een natuurlijke mulchlaag die de bodem voedt. Daarop groeien o.a. salomonszegel en dalkruid.

 

Planttijd en snoeien

De beste planttijd is oktober/november of maart/april. Japanse esdoorns worden tegenwoordig vaak in pot gekweekt zodat bij het planten de wortels niet beschadigd hoeven te worden. Snoeien moet voor 13 december gebeuren omdat bij de esdoorns de sapstroom vroeg op gang komt en de boom zou kunnen bloeden.

vruchten van de gewone esdoorn

Ziektes en plagen

Sommige soorten kunnen te lijden hebben onder de verwelkingziekte (Verticillium). Je kunt dan het beste de aangetaste delen meteen wegknippen en vernietigen. Soms komen er bladluizen in de boom, maar deze verdwijnen na een poosje meestal van zelf. blad en bloemen van de Japanse esdoorn

Sommige bladeren van de gewone en Noorse esdoorn krijgen zwarte, teerachtige vlekken. Het gaat hierbij om een schimmel waar de boom weinig last van heeft.

De esdoorn kan ook last hebben van meeldauw.

 

Enkele cultivars

Voor elke tuin is er wel een mooie esdoorn te vinden. Het hangt van de grootte van je tuin af, welke soort je kiest. Onder de Japanse esdoorns is het meest bekend Acer palmatum met ca. 200 cultivars. De meeste hebben min of meer purperrode, vrij kleine bladeren en zijn geschikt voor de kleinere tuin. In de herfst hebben zij vaak een oogverblindende bladkleur, b.v. de cultivars ‘Atropurpureum’, 'Bloodgood’, ‘Ornatum’en ‘Sangokaku’. suikeresdoorn (Acer sacharum)

 

Van de soort Acer japonicum is het meest bekend ‘Aconitifolium’met grote, diep ingesneden, heldergroene bladeren die in het najaar oranjerood verkleuren.

 

Tot de soort Acer shirasawanum hoort de bekende ‘Aureum’. De bladeren zijn in de volle zon goudgeel, in de schaduw zacht groengeel getint.

 

Kleine bomen zijn o.a. Acer griseum met een sterk afschilferende, roestbruine bast en Acer maximowiczianum. Tevens een kleine boom is Acer tartaricum met glanzend, donkergroene bladeren, die in de herfst een oranje tot felrode of donkerrode kleur krijgen.

 

Acer davidii (Chinese esdoorn) behoort tot de streepjesbast esdoorns die voornamelijk gekweekt worden om de fraai gestreepte bast van stam en takken die op een slangenhuid lijken en daarom in het Engels snakebark maple genoemd wordt.

 

Een dwergvorm van de veldesdoorn (Acer campestre) is ‘Nanum’. Hij is geschikt voor hagen.

Acer campestre 'Red Shine' is een kleine boom met rood blad.

 

Een grote esdoorn met witgerande bladeren is Acer var.’Drummondii’.

 

Een esdoorn met vrijwel ronde bladeren en een briljante herfstkleur is Acer circinatum.

 

In plantsoenen komen we ook vaak de vederesdoorn (Acer negundo) tegen. Het is een soort uit Noord-Amerika. Het is een matig hoge boom met glanzend groene, geveerde bladeren. Wanneer men deze boom om de paar jaar sterk snoeit, kan daaruit een struik gekweekt worden. Hiervoor is vooral ‘Flamingo’geschikt.

De slangenhuidesdoorn (Acer  capillipes) is een kleine boom met opvallend grijswit gestreepte bast in zijn jeugd. De drielobbige bladeren kleuren oranjerood in de herfst.

 

Acer griseum is een vaak meerstammige, kleine esdoorn met afschilferende, kaneelbruine bast.

 

De rode esdoorn (Acer rubrum) is een middelgrote boom met opvallend roodbruin gekleurde twijgen. In de herfst zijn de bladeren oranjerood.

De zilveresdoorn ( Acer saccharinum) is een grote boom met gladde, grijze takken. De bladeren hebben een grijswitte onderzijde.

De suikeresdoorn (Acer sacharum), rond 1740 ingevoerd uit Noord-Amerika, heeft een grijze bast en groenbruine twijgen. De bladeren hebben een prachtige rode kleur in het najaar.

 

slangeesdoorn (Acer capillipes)    Acer rubrum    zilveresdoorn ( Acer saccharinum)

 

 

Gebruik

Het hout van de esdoorn is licht van kleur, heeft een fijne structuur en wordt gebruikt voor vloeren omdat het mooi en bestand is tegen slijtage. Vaak heeft het hout een fraaie golftekening en is het daardoor geschikt voor de fineerfabricage. In juwelierszaken, waar zilveren en gouden sierraden uitgestald staan, zijn de vitrinekasten vaak van esdoornhout. Het is ook geschikt voor de vioolbouw. De bekende vioolbouwer Antonio Stradivarius (1644-1737) was de eerste die esdoornhout toepaste voor de kam van de viool. Ook tegenwoordig worden er nog muziekinstrumenten van esdoornhout vervaardigd. Het hout is ook geschikt voor allerlei keuken-, sport - en tekengereedschap en voor kinderspeelgoed.

Als bouwhout is esdoorn weinig duurzaam. Het gaar vaak niet langer dan 5 tot 10 jaar mee.

De suikeresdoorn (Acer saccharum) is uit de vochtige bossen van Centraal-en Oost-Amerika afkomstig. Hij werd daar vooral door Indianen gekweekt om zijn suikerhoudend sap, de 'maple syrup'. Door de opkomst van de riet-en bietensuikerproductie is zijn economische betekenis sterk teruggegaan. Hij  werd in 1735 als parkboom in Europa ingevoerd. Napoleon liet in Frankrijk suikeresdoornplantages aanplanten, maar de productie van sap viel zodanig tegen, dat hij ermee ophield.

In de Canadese vlag prijkt al vele jaren als embleem het maple leaf, het blad van de esdoorn. bloem van Acer saccharinum

Ahornsuiker is tegenwoordig in reform-en natuurvoedingswinkels verkrijgbaar als ahornsiroop.

In de volksgeneeskunde is de esdoorn bekend om zijn koelend effect bij ontstekingen. Hildegard van Bingen ( Middeleeuwse kruidkundige) schreef: "De esdoorn is koud en droog. Tegen koorts helpt een bad in water waarin takken van des esdoorn samen met de bladeren gekookt zijn, en door daarna uit de schors geperst sap te drinken."

Wichelroedes werden vroeger vaak van esdoornhout gemaakt.

schors van Acer pseudoplatanus

 

Volksgebruik

Men geloofde dat de esdoorn bescherming bood tegen heksen. Daarom werden in verschillende delen van Duitsland huizen met esdoorntakken versierd. Zij zouden ook blikseminslag voorkomen. Tevens legde men esdoorntakken rond velden om mollen te verdrijven. In de Elzas probeerde men ermee vleermuizen op afstand te houden.

Het beroemde Trojaanse Paard was van esdoornhout getimmerd.

In Beieren geloofde men dat grote esdoornbladeren een goede oogst voorspelden. Door wijn over esdoornwortels te gieten, zou een wens in vervulling gaan.

 

Legende

Volgens een Indiaanse legende zag het stamhoofd Glooskap van de Wawaniki-Indianen dat de mensen van zijn stam onder esdoorns lagen en de siroop in hun monden lieten druppelen. Zij hadden geen zin meer om te werken en dat kon hij niet tolereren. Hij goot water over de bomen, waardoor de zoetigheid van de siroop verminderde. Van nu af aan moesten de Wawaniki-Indianen hun siroop moeizaam verzamelen en de siroop door koken zelf vervaardigen.                

 

Startpagina        Loofbomen