Cipressen
Cupressus, Chamaecyparis (bot.)
Cypress, Ceder (Eng.)
Cyprès (Frans)
Zypressen (Duits)
Cupressaceae - cipresfamilie

Cipressen zijn totaal andere gewassen dan loof-en naaldbomen. Het verschil zit hem in het blad. De kleine blaadjes liggen zo dicht tegen de twijgen aangedrukt, dat het groen van de schubvormige bladeren het enige is wat je van de jonge loten te zien krijgt. Cipressen vormen geen knoppen voor het volgende jaar. Ze groeien in de lengte door.
De cipresfamilie bestaat uit een groot aantal verschillende geslachten.
De klassieke Italiaanse cipres (Cupressus sempervirens) is de dichte donkere zuil uit de Italiaanse tuinen, uit de Griekse olijfbossen, uit het hele mediterrane landschap waar hij alleen of samen met parasoldennen groeit. Het is net een levende pilaar. Hij doet het soms ook in het noorden, b.v. in de Botanische tuin van Edinburgh. In Nederland is de cipres niet winterhard.
Mythologie
Volgens de Griekse mythologie komt de
cipres uit Kyparissos van Keos voort, een jonge man die per vergissing een
heilig hert doodde en vanwege zijn groot verdriet door de god Apollo in een
cipres veranderd werd. Sindsdien wordt de cipres als treurboon gezien.
Gelijktijdig symboliseert de cipres door zijn altijd groene verschijning en de
hoge leeftijd van 500 jaar die hij kan bereiken, het leven en de eeuwigheid. Hij
is daarom vaak op mediterrane kerkhoven te vinden.

Gebruik
Het uiterst duurzame cipreshout werd in de antieke als bouwhout gebruik voor de bouw van schepen, tempeldeuren en sarcofagen. Het huis van Odysseus zou van cipreshout geweest zijn. In 1414 heeft de senaat van Venetië de invoer van cipreshout uit Kreta verboden omdat men toen al het verdwijnen van de cipresbossen vreesde.
Medicinaal wordt uit de bladeren van jonge cipressen etherische olie gewonnen, gebruikt voor inhalaties en inwrijvingen bij ademhalingskwalen. Ook wordt het aan sommige parfums toegevoegd.
Italiaanse Cipres
Cupressus sempervirens(bot.)
Italian cypress (Eng.)
Cyprès d’Italie (Frans)
Italienische Zypresse (Duits)

De Italiaanse cipres is een altijd groene naaldboom met een smalle, zuilvormige kroon en loodrecht opstijgende of min of meer loodrecht afstaande takken. Hij kan 30 m hoog worden. De bladeren staan dicht opeen en schubvormig dicht tegen de twijgen aan. Ze zijn stomp eirond en donkergroen. De boom is eenhuizig. De knuppelvormige mannelijke bloemen zijn eerst geelachtig groen, later bruin. De vrouwelijke bloemen zijn onopvallende kleine groene ronde bloeiwijzen.
De vruchten zijn ronde, grijsbruine, glanzende kegels, schildvormig gewelfd met midden op de rug een enigszins spitse bult. De zaden rijpen pas in het 2e jaar. De geopende kegels blijven dan nog enige tijd aan de boom.
De schors is dun en grijsbruin, fijn gegroefd met afschilferende vezels.
Naamgeving
Het woord cupressus is afgeleid van van de Griekse naam voor cipres kyparissos (zie mythologie).
Vandaar de naam Cyprus voor het Grieks -Turkse eiland. De toevoeging sempervirens betekent altijd groen.
Verspreiding
De Italiaanse cipres is inheems in
het oostelijk Middellandse Zeegebeid, Noord-Iran en Klein-Azië. Hij groeit daar
in de naaldbossen van het gebergte op droge, stenige bodem. Omdat hij goed
bestand is tegen droogte wordt hij vaak in het hele Middellandse Zeegebied
aangeplant.

Soorten
Er zijn twee typen Italiaanse cipres. De wildvorm heeft een brede kroon (var. horizontalis) en horizontaal gespreide takken, terwijl de zuilvormige groeivorm, vermoedelijk ontstaan door mutatie van de wildvorm, een slanke kroon heeft die op een samengevouwen paraplu lijkt. Hij wordt veel aangeplant in parken, tuinen, op kerkhoven, langs straten en is de karakteristieke boom van de Toscane.
Californische Cipres
Chamaecyparis lawsoniana (bot.)
Oregon Cedar (Eng.)
Lawsons Scheinzypresse (Duits)
Aan de westkust van Noord-Amerika kan hij een hoogte van 65 m bereiken, in Europa slechts 30 m. De kroon is smal kegelvormig. De bladeren zijn schubvormig, spits eirond. De grotere zijdelingse bladeren hebben afstaande toppen, de kleinere middenbladeren langwerpige klieren die in tegenlicht zichtbaar zijn. De bovenzijde is mat donkergroen, de onderzijde lichter met witgerande bladeren.
De bloemen worden al in de herfst gevormd. De knuppelvormige mannelijke bloemen zijn in de bloeiperiode rood, de vrouwelijke onopvallend en blauwachtig.
De kegels zijn rond, tot 10 cm lang, bruin, verhout met 8 schildvormige, in het midden gedoornde schubben.
De schors is eerst grijsbruin, rood of zilverbruin, schubbig en met lengtegroeven.
Verspreiding
In het westen van Noord-Amerika groeit de Californische dwergcipres in het dicht bij de kust gelegen middelgebergte, want hij houdt van hoge luchtvochtigheid. Het is een schaduwminnende boom en winterhard. Een verwante soort is de nootka cypres (Chamaecyparis nootkatensis).


Naamgeving
Het Latijnse woord chamaecyparis
betekent laagblijvende cipres. De toevoeging lawsoniana is afgeleid van
de naam Lawson, een Schotse tuinman.
Gebruik
Kleine cultuurvormen van de Californische cipressen worden bij ons uitsluitend als sierstruiken en – boompjes aangeplant.
Het hout is licht van gewicht met een bruine kern en lichtgekleurd spinthout, dat etherische oliën bevat. Er wordt beweerd dat de oliedamp dodelijke voor kleermotten zou zijn. Daarom maakte men vroeger speciaal uit dit hout mottenkisten om daarin kleren te bewaren.
Sawaracipres
Chamaecyparis pisifera (bot.)
Japanese false cypress (Eng.)
Sawara Scheinzypresse (Duits)

Deze cipres wordt in Europa ca. 20 m hoog. De bladeren zijn schubachtig met een fijne, scherpe top. De bovenzijde van de twijgen zijn glanzend donkergroen, de onderzijde heeft witte vlekken. De kegels zijn rond en zo groot als erwten.
Inheems is de sawara cypres in Japan. Hij wordt bij ons als sierboom aangeplant.
Cultuurvormen zijn ‘Squarrosa’ met blauw tot grijsgroene naalden, ‘Plumosa’ met priemvormige bladeren, ‘Filifera’met hangende twijgen en schub-tot priemvormige bladeren.
Bijzonderheid
Alle soorten chamaecyparis zijn giftig en lijken sterk op het geslacht Thuja. Typerend zijn de overhangende top en twijguiteinden en de ronde kegels.
Van de Californische cipres bestaan verschillende cultuurvormen die als sierbomen aangeplant worden. m.n. de blauwachtige ‘Glauca’-vormen

Californische riviercipres
Calocedrus decurrens (bot.)
Incense cedar (Eng.)
Kalifornische Flußzeder (Duits)
Het is een opvallend slanke, zuilvormige boom met een regelmatig gevormde kroon, die 45 m hoog kan worden. De takken zijn vrij kort, wijzen schuin naar boven en groeien tot onderaan de stam. De kegels zijn eivormig, roodbruin, en bestaan uit 6 schubben met spitse doorns, waarvan het bovenste paar tot een plaat vergroeid is. Bij kneuzing ruiken de bladeren sterk naar terpentine oftewel boenwas.
Inheems is deze cipres in het westen van Noord-Amerika en wordt bij ons als sierboom aangeplant.
Mythologie
Volgens een oude Turkse legende vluchtte een verliefd stel het bos in omdat hun families het niet eens waren met hun relatie. Zij verdwaalden. Toen zij beseften dat het nooit meer goed zou komen, riep de man: ‘ O Allah, red ons! Verander ons in de takken van een boom zodat wij met elkaar kunnen praten als twee muziekinstrumenten.’ Zo gebeurde het. De man veranderde in een cipres, de vrouw in een citroenboom.